A. Sousa Basto

Dermatoloog


Atopische dermatitis is een chronische, terugkerende huidaandoening met als klinische kenmerken de aanwezigheid van ontstoken laesies op typische plaatsen al naar gelang de leeftijd van de patiënt. Dit probleem is vooral in de ontstoken plaatsen zeer prurigoachtig.

Het wordt vaak geassocieerd met andere atopische aandoeningen zoals allergische rinitis en astma, en in veel gevallen is er een preëxistent precedent van atopie in de familie.

Dermatosis is heeft veel oorzaken en is het gevolg van interactie van factoren van genetische aard, structurele veranderingen van de hoornlaag van de huid en meewerkende oorzaken van intrinsieke en omgevingsafhankelijke aard.

Atopische huid is daarom een genetisch bepaalde en structureel gevoelige huid.

Qua omgevingsfactoren die een belangrijke uitwerking op het ontstaan en intensiteit van het klinisch geval hebben kan men denken aan besmettelijke bacteriën, vooral Staphylococcus aureus (SA) 1.

Cutane colonisatie van SA op atopische huid is in de orde van grootte van 80 tot 100%, terwijl dit op niet-atopische huid varieert van 5 tot 30% 2.

Ontoereikende werking verantwoordelijk voor de ontstekingsreactie, zoals de verminderde productie van antimicrobiële peptiden, TLR dysfunctie (toll-achtige (kernmembraan)receptoren), de permeabiliteit van de opperhuid 3, evenals adaptatieve immuniteitsdefecten (Th2 polariteit), kan worden aangewezen als de oorzaak voor verhoogde gevoeligheid voor SA in atopische huid4.

De aanwezigheid van SA in aangetaste en niet-aangetaste huid is in verband gebracht met de ernst van de aandoening 5.

Ongeveer 30 tot 60% van SA stammen die bij atopische dermatitis patiënten zijn geïsoleerd, produceren exotoxinen met superantigenetische kenmerken zoals enterotoxine A, B, C en D, evenals toxine -1 dat het toxische shock syndroom veroorzaakt. De aanwezigheid van IgE antilstoffen die op dit toxine reageren is in verbinding gebracht met de ernst van de huidlaesies 6.

Toename van IgE bij perifere eosinofilie zijn indicatoren van Th2 polariteit, kenmerkend voor atopische patiënten, dat suggereert dat Th2 cytochinen SA kolonisatie van de huid kan bevorderen 2.

Superantigenetische identificatie van stafylokokken en de gemarkeerde SA kolonisatie in milde tot ernstige gevallen van atopische dermatitis hebben een verandering veroorzaakt in ethiopathogenetische concepten over de ziekte 7. SA zou niet alleen functioneren als de hoofdoorzaak maar als een belangrijke co-adjuvante factor bij het uitbreken en aanhouden van deze crisis.

Alle maatregelen gericht op het verwijderen van SA uit aangetaste en niet-aangetaste huid hebben een belangrijke preventieve werking bij het voorkomen van huidirritatie.

Zilver is zeer effectief tegen Gram + en Gram – bacteriën, evenals tegen verschillende schimmels, vooral die van de Candida-stam, die de zogenaamde huidplooidermatitis of intertrigo veroorzaakt8.

Het dragen van met zilver geïmpregneerde kleding heeft een sterke antibacteriële werking op SA en is een belangrijke maatregel zowel vanuit preventief oogpunt als zijnde een co-adjuvant voor medische behandeling9 10 11.

Het bruin zeewierextract van de ijskoude noordelijke zeeën (Ascophyllum nodosum) met hun anti-prurigoachtige en onstekingsremmende werking wanneer het met zilver in contact komt, vormt een perfecte symbiose. Het zeewier wordt eruit gehaald en herhaaldelijk met natuurlijke methodes behandeld waarbij chemicaliën worden toegevoegd.

Met zilver en zeewierextract geïmpregneerde kleding is uitermate geschikt voor gevoelige en intolerante huid, namelijk atopisch huid.

De antibacteriële werking van zilver wordt ook aanbevolen voor het voorkomen van huidinfecties in geval van obesitas, diabetes en immuniteitsonderdrukking welke risicogroepen vormen voor deze aandoeningen. Een ander gebruik van dit metaal is voor de eliminatie van bacteriële flora die vieze geur van de voeten veroorzaken als gevolg van hun werking op proteïsche bestanddelen van zweet bij mensen met plantaire hyperhidrosis.

Door zijn krachtige schimmelwerende werking op Candida kan het huidplooidermatitis, infectie tussen en onder de borsten, tussen de billen en genito-crurale infectie voorkomen als het in bh's en boxershorts wordt verwerkt.

Zowel het zilver en zeewierextract blijven na het wassen in de stofvezels aanwezig en worden niet geabsorbeerd door de buitenste beschermlaag van de huid, en vormen een belangrijk preventief middel tegen ontstekening en huidinfectie omdat ze zowel de bacteriële als schimmelflora van de huid normaliseren.

 

 

(1) Lever R. Infection in atopic dermatitis. Dermatol Therapy 1996,1:32-37

(2) Breuer K, Haussler S, Kapp, Werfel T. Staphylococcus aureus: colonizing features and influence of an antibacterial treatment in adults with atopic dermatitis. Br J Dermatol 2002;147:55-61

(3) Alomar A. Dermatitis atópica y alteración de proteínas estruturales. Piel 2008;23,4:159-161

(4) Warner J.A., McGirt L.Y. and Beck L.A.. Biomarkers of Th2 polarity are predictive of staphylococcal colonization in subjects with atopic dermatitis. Br J. Dermatol 2009;160:183-185

(5) Gilani S.J., Gonzalez M., HusseinI et al. Staphylococcus aureus re-colonization in atopic dermatitis: beyond the skin. Clin Exp Dermatol 2005;30:10-13

(6) Breuer K., Wittman M., Bosche B et al. Severe atopic dermatitis is associated with sensitization to staphylococcal enterotoxin B (SEB) Allergy 2000;55:551-5

(7) Ribeiro D.P.N. e colaboradores. Prevalência da colonização por Staphylococcus aureus em pacientes com dermite atópica. Trab Soc Port Dermatol Venereol 2007;65,1:37-42

(8) Hipler U-C, Elsner P, Fluhr JW. A new silver-loaded cellulosic fiber with antifungal and antibacterial properties

(9) Gauger A, Mempel M, Schekatz A, Torsten Schafer, Ring J, Abeck D. Silver-coated textiles reduce Staphylococcus aureus colonization in patients with atopic eczema. Dermatology 2003;207:15-21

(10) Rici G, Patrizi A, Bendandi B, Menna G, Varotti E, Masi M. Clinical effectiviness of fabric in the treatment of atopic dermatitis. Br J Dermatol 2004;150:127-131

(11) Gauger A. Silver-coated textiles in the therapy of atopic eczema. Karger 2006;33:152-164